De meest voorkomende fout bij wielrenners is een verkeerde stuurhouding.
Je besteedt tijd en geld aan hoogwaardige onderdelen en comfortabele kleding, maar beperkt je prestaties ongemerkt door de manier waarop je op de fiets zit. Vaak wordt gedacht dat een onjuiste afstelling van de fiets of een te hoog zadel de boosdoener is. Hoewel dat belangrijk kan zijn, ligt het probleem vaak bij de wielrenner zelf, specifiek bij de positie van de armen en handen op het stuur.
Het is een bekend tafereel:
Een wielrenner hangt lusteloos op zijn fiets met gestrekte armen. Wanneer je ellebogen volledig gestrekt zijn, blokkeer je je natuurlijke schokdempers. Elke hobbel, kuil of drempel wordt zonder weerstand doorgegeven van je armen naar je schouders en nek, resulterend in die vervelende zeurende pijn tussen je schouderbladen.
Armen als natuurlijke vering
De oplossing lijkt eenvoudig, maar vereist bewust oefenen: gebruik je armen als vering. Door je ellebogen licht gebogen te houden, creëer je een effectief veersysteem waarbij klappen worden opgevangen door spieren zoals je triceps en biceps, in plaats van door je gewrichten en wervelkolom. Een handige richtlijn is om ervoor te zorgen dat je schouders laag blijven, zo ver mogelijk weg van je oren. Wanneer je voelt dat je schouders omhoog kruipen, ben je waarschijnlijk te gespannen.
Adem rustig uit, laat je schouders zakken en buig je ellebogen lichtjes. Direct merk je meer controle, vooral op slecht wegdek of in bochten.
Let op de stand van je polsen
Niet alleen de ellebogen vragen aandacht; ook de polsen worden vaak verkeerd gepositioneerd. Wielrenners hebben vaak de neiging hun polsen te ‘knikken’ bij het vasthouden van de shifters, wat zorgt voor extra druk op de handzenuwen en kan leiden tot tintelende of slapende vingers.
Het is beter om een rechte lijn te houden van je onderarm naar je handen. Laat je handen ontspannen op de shifters rusten en vermijd hard knijpen. Wissel regelmatig van handpositie: pak bijvoorbeeld het stuur bovenop vast (maar blijf dichtbij de remmen) of ga in de beugels zitten. Deze variatie bevordert een goede doorbloeding en voorkomt overbelasting.
Sterke rompspieren als fundament Om ontspannen met gebogen ellebogen te fietsen, is een sterke core essentieel. Wanneer je rompspieren onvoldoende kracht hebben, zul je automatisch op het stuur leunen voor ondersteuning, waardoor je armen als steunpunten worden gebruikt in plaats van schokdempers.
Merk je dat het lastig is om met gebogen ellebogen te fietsen?
Dan kan dat wijzen op zwakke buik- en rugspieren. Door aan je kernspieren te werken, draag je met je romp het bovenlichaam en kun je je handen en armen volledig richten op sturen en remmen. Het kost tijd om hieraan te wennen, maar uiteindelijk levert het meer comfort en zelfs snelheid op. Een ontspannen wielrenner die laag op de fiets zit, heeft namelijk aanzienlijk minder windweerstand.